Internationale samenwerking is kenmerkend voor de wereldwijde onderzoeksgemeenschap. Als een van de rijkste landen ter wereld rust er op Noorwegen een verplichting om de ontwikkeling van nieuwe kennis na te streven en bij te dragen aan het internationale onderzoeksmilieu. Tegelijkertijd is Noorwegen als klein land afhankelijk van samenwerking met onderzoeksmilieus in andere landen. Op dit moment wordt ongeveer tien procent van alle Noorse onderzoeksmiddelen besteed aan internationale onderzoekssamenwerking.
Internationale onderzoekssamenwerking vindt plaats door middel van georganiseerde onderzoeksprogramma’s en -netwerken, maar ook via informele contacten tussen onderzoekers. Wat betreft de individuele samenwerking richten de Noorse onderzoekers zich vooral op de VS. Ook wordt er van oudsher veel samengewerkt door onderzoekers in de Scandinavische landen, met name op het gebied van industrieel onderzoek. De afgelopen 20-30 jaar heeft Noorwegen echter ook deelgenomen aan diverse internationale samenwerkingsverbanden binnen Europa. De bilaterale onderzoekssamenwerking op institutioneel niveau wordt ondersteund om de samenwerking te versterken en te zorgen voor continuïteit. Er zijn samenwerkingsovereenkomsten gesloten met o.a. de VS, Zuid-Afrika en Japan, terwijl overeenkomsten met India, China en Frankrijk op handen zijn.
Momenteel vindt de meeste onderzoekssamenwerking plaats binnen het EU kaderprogramma voor onderzoek en technologische ontwikkeling. Noorwegen neemt al sinds 1987 deel aan projecten binnen de EU kaderprogramma’s en is sinds 1994 volwaardig lid. Het kaderprogramma is het meest uitgebreide internationale onderzoeksprogramma waar Noorwegen aan deelneemt, en de Noorse bijdrage hieraan vormt ruwweg driekwart van de totale financiële verplichtingen aan programma’s binnen het EER-verdrag. Het belang van een verdere ontwikkeling en versterking van de Noorse deelname aan deze samenwerking vindt brede steun binnen de politiek. Tot dusver houden Noorse onderzoekers zich vooral bezig met energie en milieu, transport, volksgezondheid en geneeskunde en mariene onderzoek.
De belangrijkste internationale programma’s waar Noorwegen aan deelneemt:
EU kaderprogramma voor onderzoek en technologische ontwikkeling
EUREKA: Het pan-Europese netwerk voor industrieel onderzoek en ontwikkeling
COST: Europese samenwerking op het gebied van wetenschappelijk en technisch onderzoek
ESA: Europees Ruimte-Agentschap
CERN: Europese Raad voor Kernonderzoek
ESRF: De Europese Synchrontronstralingsfaciliteit
EMBL: Europees Laboratorium voor Moleculaire Biologie
EISCAT: Europese Radarfaciliteit voor Incoherente Verstrooiing
IARC: Internationaal Agentschap voor Kankeronderzoek (WHO)
Het hoge noorden
Noorwegen beschikt over faciliteiten en onderzoeksteams die aantrekkelijk zijn voor buitenlandse onderzoekers, bijvoorbeeld op het gebied van milieuonderzoek en mariene biologie. Ook met betrekking tot poolonderzoek biedt Noorwegen een sterke traditie en fysieke voordelen.
De eilandengroep Svalbard (Spitsbergen), die deel uitmaakt van Noorwegen, is een van de eenvoudigst bereikbare polaire gebieden ter wereld. Svalbard biedt vele onderzoeksmogelijkheden. Onderzoek in de buurt van de Noordelijke IJszee kan antwoord geven op vragen over klimaatverandering en de processen die de oorzaak zijn van het broeikaseffect. Ongeveer 95% van de atmosferische gegevens die op Svalbard worden verzameld bevatten geen lokale verontreiniging. Svalbard beschikt over een van de rijkste fauna’s en flora’s van het gehele noordelijke poolgebied. Svalbard ligt ook dichtbij de magnetische Noordpool, waardoor het uitermate geschikt is voor geofysisch en atmosferisch onderzoek. Alle satellieten die in een baan over het poolgebied ronddraaien zijn zichtbaar vanaf Svalbard. En alle verschillende geologische tijdsperken zijn vertegenwoordigd in de landmassa van de eilandengroep. Naast de Noorse onderzoeksactiviteiten zijn er momenteel onderzoekinstellingen uit ongeveer 20 verschillende landen actief op Svalbard.
De internationale samenwerking op het gebied van zeeonderzoek wordt ondersteund door een nieuw zeelaboratorium in Ny Ålesund op Svalbard, dat op 1 juni 2005 in gebruik werd genomen.