Erik Fosnes Hansen: Het Leeuwmeisje

Erik Fosnes Hansen wordt beschouwd als één van de grootste vertellers in de hedendaagse Noorse literatuur. Hij werd geboren in New York in 1965, maar groeide op in Oslo, waar hij na afloop van zijn middelbare schoolopleiding enige tijd als radiojournalist werkte.

In 1985 verhuisde Fosnes Hansen naar Stuttgart om kunst en literatuur te gaan studeren. Hetzelfde jaar maakte hij zijn literaire debuut met de roman Falketårnet (‘De valkentoren’), die goed ontvangen werd door zowel de lezers als de literaire critici goed werd ontvangen.

Na zijn studie werkte Fosnes Hansen als literair criticus voor het Noorse dagblad Aftenposten. Ook verbleef hij enige tijd in het buitenland, onder andere in Italië. Zijn tweede roman, Salme ved reisens slutt (‘Koraal aan het einde van de reis’), verscheen in 1990 en was een enorm succes. Het boek groeide uit tot een van de best verkochte naoorlogse Noorse literaire werken en werd in bijna dertig talen vertaald. Koraal aan het einde van de reis won in 1990 de Riksmålsprisen en werd in 1998 genomineerd voor de internationale IMPAC Award.
In 1998 publiceerde Fosnes Hansen zijn langverwachte derde roman, Beretninger om beskyttelse (‘De dagelijkse redding van de wereld’), waarmee hij dat jaar de Noorse Bokhandlerprisen won. Deze roman bestaat uit vier verhalen, die onderling met elkaar zijn verweven. De verhalen spelen zich af in verschillende landen, waaronder Noorwegen, Zweden en Italië, en gedurende verschillende perioden van tijd.


In 2001 verscheen de roman Underveis, een schitterend portret van prinses Märtha Louise van Noorwegen, gevolgd door de werken Kokebok for Otto in 2005 en Løvekvinnen (‘Het leeuwmeisje’) in 2006, waarvoor Hansen opnieuw de Bokhandlerprisen kreeg. Hansen heeft hiernaast poëziebundels gepubliceerd en is een frequent deelnemer aan het internationale culturele debat, vooral in Duitsland vanwege de nauwe band van deze auteur met de Duitse taal, geschiedenis en literatuur. Hansen heeft essays en kritische artikelen gepubliceerd in verschillende Noorse en Europese dagbladen, onder andere in Frankfurter Allgemeine Zeitung, Der Spiegel, Süddeutsche Zeitung, Politiken en La Repubblica.

Fosnes Hansen is een auteur van internationale allure en verstaat als geen ander de kunst om door zijn thematiek en taalgebruik een uniek literair universum te scheppen.
Erik Fosnes Hansen woont met zijn gezin in Oslo.

Over Het Leeuwmeisje


In 1912 wordt in een winternacht vol noorderlicht een meisje geboren. Haar moeder sterft in het kraambed en haar geschokte vader wil niets van haar weten: het meisje is volledig bedekt met zilverkleurige vacht. Zo begint het leven van Eva Arctander, die lijdt aan hirsutisme, een zeldzame ziekte waardoor ze volledig behaard is. Haar vader houdt haar voor de buitenwereld verborgen en het meisje groeit op in diepe eenzaamheid. Maar hij kan haar niet eeuwig gevangen houden, en dan moeten zowel Eva als de mensen om haar heen leren leven met het feit dat ze zich radicaal onderscheidt van haar omgeving. Hoe ga je om met iemand naar wie je wel moet staren, ook al wil je dat niet? En wat gaat er om in het hoofd van degene die overal wordt aangestaard? Ondanks haar ziekte groeit Eva op tot een zelfstandige, intelligente vrouw die merkt dat haar uiterlijk mannen zowel aantrekt als afstoot. En die ontdekt dat ook schoonheid zijn prijs heeft…

Fragment


De deur ging open. De dokter verscheen eerst, gevolgd door stationschef Arctander die zwaar op Knut Birgerson, de apotheker, leunde. De stationschef was in elkaar gekrompen en zag grauw, hij liet de arm van de apotheker los, bewoog zich apathisch in de richting van het bed, wankelde bijna. Een ogenblik dacht mevrouw Birgerson dat hij zou instorten, op zijn knieën zou vallen, maar hij bleef staan, met zijn rug naar de anderen gekeerd en hij huilde geluidloos, terwijl hij onafgebroken naar zijn dode vrouw staarde. Zijn gesnik was nauwelijks hoorbaar, als een zwakke fluittoon. Het was ongewoon om die grote, evenwichtige man zo te zien, de andere drie wisten niet goed raad met hun houding. Eindelijk klonken er een paar diepe zuchten en een soort hikje, toen veegde hij een paar keer met zijn hand over zijn gezicht en haar, waarna hij zich weer tot hen wendde.
‘Ach, ach, Arctander’, zei apotheker Birgerson hulpeloos, terwijl hij hem de hand drukte.
‘Bedankt’, zei Arctander zacht. ‘Bedankt.’ En, heel zacht, terwijl hij zich opnieuw kort tot de dode richtte: ‘Jij ook bedankt, kleintje.’ Zijn stem was verstikt door tranen. Opnieuw veegde hij met een hand over zijn gezicht.
De dokter legde een hand op zijn schouder: ‘Het spijt me. Ik heb werkelijk alles gedaan wat ik kon’, zei hij. ‘Maar er was niets aan te doen. Het spijt me.’
‘Bedankt’, zei de stationschef weer en drukte hem de hand. ‘Bedankt.’
‘Maar het kind leeft, Arctander’, zei dokter Levin voorzichtig.
‘Ja’, zei de stationschef.
‘Wilt u het niet zien?’
Gustav Arctander staarde hem bedrukt aan. Toen vermande hij zich, liep naar mevrouw Birgerson. Hij wierp een vlugge blik op het kind in haar armen.
‘Allemachtig’, zei hij slechts en hij wendde zijn blik af.
‘Ik begrijp dat u geschokt bent,’ zei de dokter geruststellend, ‘maar ik heb u al verteld dat …’
‘Is het … levend?’ vroeg de stationschef zacht. ‘Ik bedoel, is het levensvatbaar?’
‘Ja’, zei de dokter. ‘Het is iets te vroeg geboren, maar het vertoont alle tekenen van vitaliteit.’
‘Allemachtig’, zei de stationschef opnieuw. Hij wierp opnieuw een blik op het kind.
‘U zult zien dat over een paar dagen …’ begon mevrouw Birgerson.
‘Weg ermee’, zei de stationschef luid. ‘Ik wil het niet zien. Dat is geen kind. Dat is verdorie een … boskat. Weg ermee.’
‘Maar beste Gustav,’ drong mevrouw Birgerson aan, ‘ik verzeker je, over een paar dagen of weken …’
‘Elsa …’ zei de apotheker waarschuwend.
‘Een gedrocht’, riep Arctander luid. ‘Weg ermee, zeg ik! Overigens ben ik geen “beste Gustav” voor u. Voor niemand hier.’ Hij keek verongelijkt alsof zij zich hadden opgedrongen. Vervolgens richtte hij zijn blik naar beneden. ‘Neem me niet kwalijk’, zei hij zacht. ‘Neem me niet kwalijk.’ Hij draaide zich spoorslags om en snelde de deur uit.
De andere drie keken elkaar besluiteloos aan. Dokter Levin maakte aanstalten om achter de treurende man aan te gaan, maar de apotheker hield hem tegen.
‘Op dit moment kun je niet zo veel voor hem doen, Abraham’, zei hij.
‘Maar hij is totaal van de kaart’, zei de dokter.
‘Is dat zo gek?’ zei de apotheker. ‘Laat hem betijen.’
‘Melk’, zei mevrouw Birgerson. ‘En een fles.’
‘Ja’, zei haar man, alsof hij van ver moest komen. ‘Abraham, we moeten ons nu om de praktische zaken bekommeren …’ Hij keek naar het lijk.
‘Is er iemand die kan komen helpen?’ vroeg de dokter weifelend.
‘Nee’, zei mevrouw Birgerson. ‘Arctander heeft geen familie meer, voorzover ik weet. En Ruth … zij kwam uit het noorden.’
‘Het stationspersoneel dan?’ zei de apotheker, in een poging vastbesloten te zijn.
‘Ja’, zei de dokter. ‘Ik zal met hen praten. Ik moet alleen eerst de papieren invullen. En ik zal de dominee bellen.’
‘Ja’, zei de apotheker.
‘Misschien kun je straks ook met het personeel praten, Elsa?’ vroeg dokter Levin.
Ze keken elkaar aan.
‘Melk’, zei mevrouw Birgerson. ‘En een fles. Het kind heeft verzorging nodig.’
‘Ja’, zei dokter Levin.

De pers over Het leeuwmeisje

‘Erik Fosnes Hansen is een fantastische verteller. Zijn verhalen zijn nauwgezet, kleurrijk en kloppen tot in de kleinste details. Hij verbeeldt een wereld van nauwkeurigheid in kleur, geur, beweging en kennis.’ – Vårt Land

‘Het leeuwmeisje is een ontroerend verhaal over opgroeien aan de schaduwzijde van de maatschappij. (…) Fosnes Hansen bevestigt zijn positie als verhalenverteller van de eerste orde.’ – Frederikstad Blad

Erik Fosnes Hansen – Het leeuwmeisje
Vertaald door Lucy Pijttersen en Kim Snoeijing
De Geus 2008, 416 pagina’s
ISBN 978 90 445 1115 4
Prijs € 22,50 (gebonden)


Delen op netwerk   |   print