Zijn carrière omspant een periode van meer dan 50 jaar. Het Noorse paviljoen op de wereldtentoonstelling van 1958 in Brussel en de realisatie van het architectuurmuseum in Oslo (2008) symboliseren dit rijke oeuvre.
Naast deze twee belangrijke ontwerpen behoren tal van andere projecten van Fehn vandaag tot het architecturaal werelderfgoed. Zo verwierf hij internationale erkenning voor het Scandinavische paviljoen op de Biënnale van Venetië (1962) en voor het Hamar Bispegard Museum in Hamar (1967-1979). Dit museum mag beschouwd worden als één van zijn hoogtepunten en geeft aan hoezeer hij zijn persoonlijke stempel heeft weten te drukken op de hedendaagse Noorse architectuur, zonder op clichématige manier internationale voorbeelden te kopiëren. Andere absolute meesterwerken zijn het Noorse Gletsjermuseum (1991) in Fjærland, het Aukrust Centrum (1996) in Alvdal, het Ivar Aasen Centrum (2000) in Ørsta en het Noorse Museum voor Fotografie (2001) in Horten.
Sverre Fehn geniet van alle Noorse architecten de meeste internationale bekendheid en erkenning. Hij mocht dan ook tal van internationale prijzen in ontvangst nemen. Zo ontving hij in 1997 de Pritzkerprijs, een erkenning die mag vergeleken worden met een Nobelprijs voor architectuur. In 1994 werd hij Commandeur in de Sint Olavorde en in 1998 ontving hij ook de ereprijs van de Noorse Cultuurraad. Daarnaast was hij erelid van de Noorse, Finse, Schotse, Britse en Amerikaanse orde van architecten.
Fehn was bovendien een grote bron van inspiratie voor heel wat ontwerpers, zoals Jan Olav Jensen, Børre Skodvin, Einar Jarmund en Håkon Vigsnæs.
Sverre Fehn. Foto: Raf De Saeger