Noorse Architectuur en Design

Noorwegen is bij het brede publiek gekend als een land van weidse valleien en fjorden. Buitenlandse toeristen hebben het vaak over bekende beelden als de midzomernacht en het vertoeven in een blokhut ver weg van elk stadsgewoel. Dit sfeerbeeld is onlosmakelijk verbonden met het Noorse landschap, waar de blokhut en de middeleeuwse staafkerk een belangrijke plaats innemen. Deze gebouwen laten tot op de dag van vandaag een rijke erfenis na in de belevingswereld van elke Noor en van al wie het land bezoekt. Toch ervaart men deze sterke lokale traditie niet als nostalgie, maar eerder als een vernieuwing met respect voor wat het verleden ons te bieden heeft.

In de laatste decennia heeft de Noorse architectuur, bij de omvorming van een ruraal land naar een natie met energie als belangrijkste handelsproduct, bewezen dat deze traditie op een verrijkende manier kan worden benut zonder de eigenheid te verliezen. De Noorse traditie wordt hierbij niet verloochend, maar verrijkt met eigentijdse maatschappelijke prikkels. Dit wordt gekoppeld aan een uitgesproken vernieuwend en eigenzinnig, maar tegelijk herkenbaar design met technologisch hoogstaande materialen en aandacht voor talrijke ecologische aspecten.
Stedenbouw, architectuur en design worden daarbij meer en meer ervaren als één grote uitdaging. De evolutie gedurende de laatste eeuw leert ons hoezeer deze wisselwerking kan gekaderd worden binnen internationale tendensen waarbij vereisten op het vlak van maatschappij en milieu nadrukkelijk op de voorgrond treden. Noorwegen vormt in deze tendens geen uitzondering en zal zelfs een voortrekkersrol vervullen op onderzoeksgebied.

In de periode rond 1900, toen in belangrijke Europese steden als Parijs, Barcelona, Praag, Wenen en Brussel volop geëxperimenteerd werd met de Art Nouveau of Jugendstil, werden ook in steden als Oslo en Trondheim pareltjes van deze architectonische vernieuwing gerealiseerd.
Europa werd ervaren als één grote smeltkroes en Noorwegen had daarin zijn plaats veroverd. Een kleine stad als Ålesund, verdoken in de fjorden aan de westkust, werd na een stadsbrand in 1904 grotendeels in Jugendstil heropgebouwd en dit met Europese steun ‘avant la lettre’. Een pareltje van internationale uitwisseling uit die tijd is eveneens te vinden in het Kunstindustrimuseum in Trondheim waar eind 2007 de bekende Henry Van de Velde-kamer werd gereconstrueerd. Het getuigt hoezeer een Belgisch icoon als Henry Van de Velde via Edvard Munch in contact is gekomen met deze Noorse wereld.

Jugendstiil TrondheimJugendstil Trondheim. Foto: Raf de Saeger

In de modernistische tijd van de jaren dertig tot eind jaren vijftig hebben architecten zoals Arnstein Arneberg en Arne Korsmo moderne monumenten nagelaten. Wie kent er niet het bakstenen stadhuis van Oslo van de hand van Arneberg. Elk jaar kunnen miljoenen televisiekijkers bij de uitreiking van de Nobelprijs voor de Vrede het interieur van de grote ontvangsthal bewonderen. Ook in het VN-gebouw te New York krijgen we regelmatig het interieur te zien van de Security Council Chamber, die eveneens van zijn hand is.

Anderzijds geniet Arne Korsmo de laatste jaren een terechte vernieuwde aandacht voor zijn modernistische, vooroorlogse gebouwen. De woning Stenersen in Oslo is een toeristische must geworden en kan na afspraak met de stichting Norsk Form bezocht worden.

Villa StenersenVilla Stenersen. Foto: Eivind Dees Tellefsen

Het merkwaardige aan deze stromingen is het feit dat architectuur en design onlosmakelijk met elkaar verbonden waren en als het ware als één hoofdstuk werden geschreven. Later krijgt design een meer zelfstandige rol toebedeeld en verovert het de laatste jaren een eigen forum onder impuls van Norsk Form. Het resultaat is een verfrissende en verrassende vormgeving, een gevolg van een eigen fundamenteel technologisch onderzoek op het vlak van materiaalgebruik en ergonomische studies.

De aandacht voor het Noorse design, gerelateerd aan de dagdagelijkse producten die iedereen gebruikt, wordt door deze stichting aan het brede publiek voorgesteld. Een bezoek aan dit centrum, langsheen de Akerselva – een klein riviertje dat de oorsprong van Oslo in zich draagt - is meer dan de moeite waard en illustreert hoezeer het Noorse design op internationaal vlak reeds vele jaren een toonaangevende plaats heeft verworven en de zorg om de eigen ervaringswereld van de mens centraal stelt. De bekende ‘trip-trapstoel’ getuigt van deze duurzame instelling. Zeker onze allerkleinsten rekenen dit meubel tot hun herkenbare en vertrouwde symbolen.

De nieuwe opera, Oslo. Foto: Jaro Hollan

De architectuur blijft echter ook een eigen hoofdstuk opeisen rond het werk van Sverre Fehn. In het hedendaagse internationale architectuurdebat overspant hij met het Noorse paviljoen op de Expo 58 te Brussel tot en met zijn laatste realisatie, het nieuwe architectuurmuseum in Oslo (2008), een oeuvre van meer dan een halve eeuw, waarin traditie en innovatie worden verenigd. In 1997 ontving hij de Pritzker Price, een erkenning die mag vergeleken worden met een Nobelprijs voor architectuur.

Waar het werk van Sverre Fehn zich hoofdzakelijk in Noorwegen concentreert, hebben jonge architecten de laatste twee decennia zich meer en meer toegelegd op internationale realisaties gekoppeld aan verwezenlijkingen in eigen land. Hierbij is het architectenkantoor Snøhetta toonaangevend. De bibliotheek in het Egyptische Alexandria en de opera in Oslo vormen in dat opzicht echte paradepaardjes. Deze opera wordt nu reeds wereldwijd beschouwd als een voorbeeld van de wijze waarop een universeel complex bouwprogramma toch kan worden ingepast binnen de beperkingen van een specifieke omgeving. Het concept is gebaseerd op een ijssculptuur dat als een eenvoudig maar krachtig signaal uit de fjorden opduikt en aan dit oorspronkelijk verloederd stadsdeel een nieuwe impuls geeft. In de komende jaren worden rond deze nieuwe opera een bibliotheek en een museum opgetrokken. Zo zal het werk van de bekende Noorse schilder Edvard Munch in deze omgeving een nieuwe stek vinden.

Ivar Aasen TunetIvar Aasen Tunet (Sverre Fehn). Foto: Nynorsk kultursentrum  

Deze gebouwen zijn slechts een greep uit de talrijke architecturale bezienswaardigheden. Het NAM, het architectuurmuseum in Oslo, is dan ook al meer dan vijfentwintig jaar actief om, aan de hand van internationale tentoonstellingen en publicaties, de rijke actuele tendensen in de Noorse architectuur kenbaar te maken aan het ruime publiek en aan de vaklui. 

Naast het ontwerpen van concrete gebouwen vormt het vormgeven van het detail binnen een gebouw, gekoppeld aan een landschappelijke dialoog, een aparte uitdaging. Het Europese voorbeeld bij uitstek van een dergelijke combinatie, gecoördineerd door het eerder genoemde Norsk Form, is te vinden in het toeristische traject OMWEG. Dit is een parcours van ongeveer 1800 km, dat dwars door Noorwegen loopt en waarbij rustplaatsen, uitkijkposten, parcours over stromende beekjes enz. worden gerealiseerd. Het zijn maar enkele voorbeelden van pretentieloze, maar krachtige ontwerpen die de reiziger binnen de gecreëerde architecturale wereld tot zichzelf laten komen en hem als betoverd laten kijken naar de omgeving.

OmvegOMVEG (Stegastein, Aurland). Foto: Knut Bry / tinagent.vom

Diverse maatschappelijke dimensies hebben een bijzondere plaats veroverd binnen de stedenbouw, architectuur en design. Het heeft Noorwegen een unieke positie gegeven op het internationale forum. Het land moet zijn ambitie blijven aanscherpen zodat het vanuit deze disciplines zijn leidende rol in het debat rond duurzaamheid, ecologie en zorg voor mens en omgeving kan blijven vervullen.


Bron: Raf De Saeger   |   Delen op netwerk   |   print