Verblijf/arbeid vergunning

 

De Dienst Vreemdelingenzaken ("Utlendingsdirektoratet") : zie link op de rechterkant.


N.B.! De regels op deze pagina zijn niet van toepassing op personen met de Belgische of Luxemburgse nationaliteit. Staatsburgers van landen die lid zijn van de Europese Economische Ruimte wordt verzocht de bladzijde Werken in de EER te lezen.

Prijs: 95€

U dient twee naar behoren ingevulde en ondertekende formulieren in te leveren, waar zijn bijgevoegd:

(a) indien uw aanvraag een verblijfsvergunning betreft:

* twee pasfoto's

* een fotokopie van uw paspoort

* documenten waaruit blijkt hoe u in Noorwegen in uw onderhoud voorziet (bankgarantie, een door uw Noorse gastheren ondertekend "herbergingscertifikaat", waarin zij zich verantwoordelijk stellen voor uw volledig onderhoud tijdens uw verblijf in Noorwegen, het loonstrookje van uw echtgeno(o)t(e) die in Noorwegen werkt, alsmede uw huwelijksakte / trouwboekje / een document waaruit blijkt dat u gedurende de voorbije twee jaar heeft samengewoond.


(b) indien uw aanvraag een arbeidsvergunning betreft:

* twee pasfoto's

* een fotokopie van uw paspoort

* het (originele) document waaruit blijkt dat een Noorse werkgever u een baan aanbiedt.

BELANGRIJK!


Uw aanvraag zal aan de Dienst Vreemdelingenzaken ("Utlendingsdirektoratet") in Noorwegen worden doorgegeven. U wordt op de hoogte gebracht zodra er een beslissing is genomen.


De Dienst Vreemdelingenzaken heeft voortdurend met een groot aantal dossiers te maken. Het kan dus tamelijk lang duren voordat uw dossier wordt behandeld.

Werken in de EER

Samenvatting van de belangrijkste gevolgen van de overeenkomst inzake de Europese Economische Ruimte met betrekking tot het vrije verkeer van personen. Dit akkoord trad op 1 januari 1994 in werking.

1. Werken en wonen in de EER

Het principe van het vrije verkeer van personen in de EER houdt in dat een persoon met de nationaliteit van een der EER-landen vrij in deze landen kan reizen, wonen en werken. Dit principe heeft betrekking op zowel werknemers, fabrikanten, zelfstandigen en ambachtslieden, als op personen die werkzaam zijn in de tertiaire sector. Het vrije verkeer geldt ook voor studenten, gepensioneerden en anderen die niet deelnemen aan het arbeidsproces, uiteraard voor zover zij in hun eigen levensonderhoud kunnen voorzien en een ziekteverzekering hebben, zodat ze geen beroep hoeven te doen op bijstand van het gastland.

Werknemers of werkzoekenden kunnen voor de duur van drie maanden vrij domicilie kiezen in de EER-landen, hetzij om er te werken (bijvoorbeeld voor seizoenswerk of een arbeidsovereenkomst voor bepaalde duur) of om er werk te zoeken. In dat geval hoeft men niet over een verblijfs- of werkvergunning te beschikken. De persoon in kwestie moet tijdens deze periode echter wel zelf in zijn levensonderhoud kunnen voorzien, bijvoorbeeld door middel van een uitkering uit het land waar hij vandaan komt.

Indien de werkzoekende werk vindt, dient hij zich binnen een week nadat hij in dienst is getreden in eigen persoon te melden bij het politiecommissariaat van de plaats waar hij verblijft.

Indien de nieuwkomer niet binnen drie maanden werk heeft gevonden en evenmin vooruitzicht heeft op een baan, kan hem verzocht worden Noorwegen te verlaten, tenzij hij kan bewijzen dat hij op legale wijze in zijn levensonderhoud kan voorzien en dat hij een ziekteverzekering heeft. Hij mag na zijn vertrek binnen een niet nader bepaalde termijn naar Noorwegen terugkeren .

Voor een verblijf van meer dan drie maanden is men verplicht een verblijfsvergunning aan te vragen. Een arbeidsvergunning is niet meer vereist. Aanvragen voor een verblijfsvergunning voor Noorwegen worden, overeenkomstig het EER-verdrag, in ontvangst genomen en onderzocht door het politiecommissariaat van de regio waar de aanvrager verblijft. Het politiecommissariaat is eveneens gemachtigd om een groot aantal vergunningen af te leveren. In twijfelgevallen wordt de aanvraag doorgespeeld aan de Dienst Vreemdelingen ("Utlendingsdirektoratet"). Het Ministerie van Justitie treedt op als instantie voor hoger beroep.

De ambassade volgt deze procedure sinds 1 januari 1994; aanvragen voor een verblijfsvergunning voor Noorwegen die ingediend worden door onderdanen van de EER-landen worden niet langer door de ambassade behandeld. Men wordt in dat geval verzocht de bepalingen hieronder in acht te nemen.

Een onderdaan van een EER-land hoeft bijvoorbeeld geen verblijfsvergunning aan te vragen in het land waar hij vandaan komt, en heeft, algemeen gesteld, het recht er te verblijven indien hij binnen drie maanden werk vindt, of indien hij uitzicht heeft op werk. Dit geldt tevens voor fabrikanten, zelfstandigen en ambachtslieden. Verblijfsvergunningen worden verstrekt voor een periode van ten minste vijf jaar, met mogelijkheid tot verlenging, en worden afgegeven na overlegging van een identiteitskaart of een paspoort, alsmede een arbeidscontract.

Studenten hebben recht op een verblijfsvergunning die beperkt is tot de duur van hun studie; deze vergunning kan echter met maximaal één jaar worden verlengd. Aan gepensioneerden en anderen die niet deelnemen aan het arbeidsproces wordt op dier verzoek een vergunning van twee jaar afgegeven. Een dergelijke vergunning wordt na overlegging van een identiteitskaart of een geldig paspoort afgegeven. Bovendien moet de aanvrager documenten overleggen waaruit blijkt dat hij in staat is in zijn eigen onderhoud te voorzien (pensioen, studiebeurs) en dat hij een ziektekostenverzekering heeft.

Gezinnen

De gezinnen van EER-onderdanen met een verblijfsvergunning hebben ook recht op een verblijfsvergunning, ongeacht de nationaliteit van de gezinsleden. Als gezinsleden worden beschouwd:

echtgenoot (echtgenote),

kinderen jonger dan 21 jaar,

kinderen, ongeacht hun leeftijd, indien zij worden onderhouden door hun ouders,

ouders van de werknemer of van zijn/haar echtgeno(o)t(e) indien zij door hen worden onderhouden

De verblijfsvergunning zal ook verlengd worden indien de persoon in kwestie intussen zijn activiteiten in Noorwegen heeft beëindigd (bijvoorbeeld als gevolg van het bereiken van de pensioengerechtigde leeftijd of werkloosheid). In dat geval moet hij/zij echter wel gedurende ten minste drie jaar permanent in het land hebben verbleven. Indien iemand gedurende langere tijd zijn beroepsactiviteiten stopzet – zonder dat dit aan ziekte of een ongeval te wijten is – kan deze persoon toch een verblijfsvergunning voor een kortere periode krijgen (die evenwel niet korter mag zijn dan één jaar).


2. Sociale voorzieningen

Werkenden

Op dit gebied stemmen de EER-bepalingen overeen met de EU-regelgeving. In het algemeen geldt dat EER-onderdanen die een beroepsactiviteit uitoefenen in een EER-lidstaat, aan hetzelfde stelsel onderworpen zijn en dezelfde sociale rechten genieten als de burgers van het land waar zijn hun activiteit uitoefenen. Belgen en Luxemburgers die in Noorwegen voor een Noorse onderneming werken, worden dus gedekt door Noorse verzekeringen en moeten in Noorwegen sociale lasten afdragen.

Verder bevat het akkoord zogenaamde 'bepalingen voor geëxpatrieerden', die stipuleren dat iemand die tijdelijk werk verricht in het buitenland (bijvoorbeeld een Noor die in het buitenland voor een Noorse onderneming werkt) een beroep kan blijven doen op de sociale voorzieningen van zijn eigen land. Normaal gesproken is deze bepaling maximaal een jaar van kracht, met de mogelijkheid tot een jaar verlenging als het gastland zich hiermee akkoord heeft verklaard.

Niet-werkenden

Indien een persoon die geen deel uitmaakt van de beroepsbevolking (student, gepensioneerde, enz.) zich in een ander EER-land wenst te vestigen, moet hij een beroep kunnen doen op de sociale verzekeringen van zijn eigen land. Uitgangspunt hierbij is dat de rechten die in een EER-land verkregen zijn, hun begunstigde "volgen".


Gepensioneerden, alsmede hun echtgenoten/echtgenotes en door hen onderhouden kinderen, hebben evenwel in dezelfde mate recht op medische bijstand, geneesmiddelen en ziekenhuisopname als de burgers van het land in kwestie. De prestaties zullen in overeenstemming zijn met het geldende stelsel van sociale voorzieningen. De uitgaven die door het eigen land gedekt worden, worden rechtstreeks betaald, zonder dat er eerst een factuur aan de ambassade wordt opgestuurd.

Indien men in een ander EER-land (inclusief Noorwegen) op reis is, dient men een attest (formulier E111) bij zich te dragen dat is opgesteld door het ziekenfonds waarbij men is aangesloten. Zo heeft men recht op medische verzorging door de diensten voor volksgezondheid in het land waar men verblijft.

Werkloosheidsuitkering

De werkloosheidsuitkeringen die een uitkeringsgerechtigde in zijn eigen land ontvangt, kunnen voor een periode van drie maanden aan de belanghebbende worden overgemaakt, op voorwaarde dat deze zich ten minste vijf weken vóór zijn reis naar het buitenland als werkzoekende heeft ingeschreven. Indien de werkzoekende niet binnen drie maanden na aankomst werk heeft gevonden, moet hij naar zijn eigen land terugkeren; op die manier blijven zijn rechten als uitkeringsgerechtigde onaangetast. Tussen twee periodes waarin men beroepsmatig actief is geweest kan men de werkloosheidsuitkering slechts eenmaal in een ander land ontvangen.


Kinderbijslag

Kinderen die in een ander land van de EER geboren zijn, hebben recht op kinderbijslag indien de personen die deze kinderen onderhouden in Noorwegen werken. Omgekeerd geldt dat, indien deze personen in het buitenland wonen, hun kinderen kinderbijslag ontvangen vanuit het land waar laatstgenoemden verblijven. Indien de kinderbijslag die deze kinderen vanuit het buitenland ontvangen lager is dan de kinderbijslag voor Noorse kinderen, wordt hun een aanvullende kinderbijslag toegekend, zodat zij uiteindelijk hetzelfde totaalbedrag ontvangen.


 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 


 


Delen op netwerk   |   print