Stortinget, the Norwegian Parliament. 
Foto: Petter Foss / MFA.Stortinget, the Norwegian Parliament. Foto: Petter Foss / MFA

Het Storting

Het Storting (het Noorse parlement) geldt al vanaf de invoering van het parlementair stelsel in 1884 als het hoogste politieke orgaan van Noorwegen. Er vinden om de vier jaar verkiezingen voor het Storting plaats en de zetels worden verdeeld via een systeem van evenredige vertegenwoordiging. De regering wordt namens de koning samengesteld vanuit het Storting.

Een meerderheid in het Storting kan via een motie van wantrouwen het aftreden van een regering of een specifieke minister bewerkstelligen. Elk lid van het Storting kan een motie van wantrouwen indienen, maar de regering kan ook zelf middels een motie om het vertrouwen vragen. Ingeval een regering de wet heeft overtreden of door haar handelen de grondwet heeft geschonden, kan zij door het Storting naar huis worden gestuurd. In de praktijk is dit echter maar zelden voorgekomen.

Het Storting heeft de formele controle over de twee belangrijkste bestuurlijke instrumenten: het vaststellen van wetgeving en de goedkeuring van de nationale begroting. De meeste wetsontwerpen en voorstellen voor nationale begrotingen worden door de regering aan het Storting voorgelegd. Normaliter hoeven er slechts geringe aanpassingen in de wetsontwerpen te worden aangebracht, aangezien de regering reeds de steun van een meerderheid in het Storting heeft of haar voorstellen aan de wensen van de meerderheid in het Storting heeft aangepast.

Het Storting ziet toe op de verrichtingen van de regering. De belangrijkste controle-instrumenten zijn het uitspreken van het vertrouwen, het bijeenroepen van het hof van beschuldiging voor aanklachten tegen ministers, controles door de Rekenkamer en het systeem van parlementaire vragen en interpellaties. Tijdens het vragenuurtje kunnen leden van het Storting rechtstreeks vragen stellen aan de regering, die door de minister in kwestie moeten worden beantwoord. Normaliter zal er vervolgens een kort debat plaatsvinden.

Het Storting heeft 169 gekozen vertegenwoordigers, die alle een partij vertegenwoordigen.

Het Storting wordt voorgezeten door een Presidium, dat uit zes leden bestaat. Besprekingen en het debat in de vergaderzaal van het Storting spelen veelal een betrekkelijk geringe rol in de uitkomst van een bepaalde zaak. Het meeste werk vindt plaats in de permanente commissies, waar het merendeel van de wijzigingen op regeringsvoorstellen wordt ingediend. Samen met de afzonderlijke partijfracties vormen de twaalf permanente commissies de belangrijkste politieke organen van het Storting.

Het Storting wordt per provincie gekozen op basis van evenredige vertegenwoordiging, d.w.z. dat elke provincie een bepaald aantal vertegenwoordigers toegewezen krijgt, dat gebaseerd is op het bevolkingsaantal.


Bron: Bewerking van de Noorse encyclopedie van Aschehoug en Gyldendal   |   Delen op netwerk   |   print