Iedereen in Noorwegen heeft het recht zich in en over onbebouwd terrein op het platteland te begeven. Dit van oorsprong gebruiksrecht is sinds 1957 opgenomen in de wet. Het is gebaseerd op respect voor het platteland en alle bezoekers worden geacht rekening te houden met boeren en grondeigenaren, andere gebruikers en het milieu.
Het recht op vrije toegang onder druk
Het recht op vrije toegang tot de natuur staat onder druk van de privatisering en bouwactiviteiten. Hekken en andere barrières met als doel de toegang te bemoeilijken, zijn volgens de Wet op de Buitenrecreatie niet toegestaan. Stukje bij beetje zijn langs de kust, vooral langs de Oslo-fjord en de zuidkust, de mogelijkheden tot vrije toegang ingeperkt. De hoofdregel is dat de bouw en afscheiding van eigendom verboden is in een strook van 100 m vanaf de zee, maar op veel plaatsen hebben plaatselijke overheden vrijelijk gebruik gemaakt van hun bevoegdheid om hiervoor dispensatie te verlenen.
Sportvisserij
In zoet water, zoals meren en rivieren, behoren de visrechten toe aan de grondeigenaar. De sportvisserij valt daar niet onder het recht op vrije toegang. In Noorwegen kent men het onderscheid tussen rijkseigendom, gemeenschapsgrond in handen van de staat en particuliere grond, en vissen in zoet water mag alleen met toestemming van de grondeigenaar of als men houder is van een visvergunning. In zoutwatergebieden mag men echter vrij vissen vanaf de wal of uit een boot. Het sportvissen is wel gebonden aan wetgeving op het gebied van biodiversiteit enz. en deze betreft o.a. de regelgeving over het gebruik van gereedschappen, de visseizoenen en de beperkingen in vangsthoeveelheden en visgrootte. Het plaatselijke VVV-kantoor kan de meest actuele informatie geven over de geldende regels.
Jacht
Het jachtrecht behoort toe aan de grondeigenaar en de jacht valt evenmin onder het recht op vrije toegang. Dit houdt in dat jagen niet is toegestaan zonder toestemming van de grondeigenaar. Men moet bovendien een jachtvergunning of een ander bewijs van toestemming hebben voordat men kan gaan jagen. De enige uitzondering is de jacht in zoutwatergebieden, waar men kan jagen vanuit een roeiboot die zich op maximaal 2 km uit de kust (inclusief de eilanden) bevindt. Vanaf motorboten mag alleen gejaagd worden als deze zich minimaal 2 km uit de kust bevinden.
In Noorwegen moet men een jachtexamen afleggen, maar buitenlandse ingezetenen hoeven dit niet als zij in hun eigen land deel mogen nemen aan hetzelfde soort jacht. De minimumleeftijd voor de jacht op klein wild is 16 jaar en voor groter wild 18 jaar. Alle vormen van jacht zijn onderworpen aan wetgeving op het gebied van biodiversiteit enz.
Een nationale doelstelling
De overheid wil dat iedereen de gelegenheid krijgt om deel te nemen aan activiteiten in de natuur. Een van de nationale doelstellingen is het veiligstellen van de vrije toegang tot milieuvriendelijke recreatiegebieden in de nabijheid van de woonomgeving.