De afgelopen decennia is er in Noorwegen een aantal andere religieuze gemeenschappen ontstaan. In 1964 werd artikel 2 van de grondwet gewijzigd om volledige godsdienstvrijheid in Noorwegen te garanderen en in 1969 werd er een stelsel voor rijksbijdragen aan alle geregistreerde religieuze en levensbeschouwelijke gemeenschappen geïntroduceerd. Dit heeft tot een grotere religieuze verscheidenheid en tolerantie in de Noorse samenleving geleid. Tegenwoordig is er in talloze fora een omvangrijke interactie tussen verschillende religieuze groeperingen.
De grootste levensbeschouwelijke gemeenschap is het Noorse Humanistisch Verbond. Deze organisatie voorziet haar leden van humanistische alternatieven voor christelijke rituelen inzake de levenscyclus, bijvoorbeeld via haar burgerlijke confirmatieprogramma. Het Verbond is tevens zeer geëngageerd in het debat over een alternatief voor de christelijke religieuze vorming, die op dit moment op scholen wordt onderwezen.
Andere wereldgodsdiensten, met name de islam, zijn de afgelopen decennia zichtbaarder geworden in het Noorse openbare leven. Er wonen circa 55.000 à 65.000 moslims, voor het merendeel sjiieten, in Noorwegen. Er zijn iets meer dan 6000 boeddhisten in Noorwegen geregistreerd, waarvan de meesten van Vietnamese afkomst zijn. Het aantal geregistreerde Hindoes bedraagt circa 1500 en de Joodse gemeente, met zijn geschiedenis van meer dan 100 jaar, telt ruwweg 1000 personen.
Het meest controversiële thema inzake het religieus beleid is voor vertegenwoordigers van religieuze minderheidsgroepen de religieuze vorming op school. De Noorse Staatskerk bepaalt dat de christelijke catechismus op alle openbare scholen onderwezen moet worden. De afgelopen jaren zijn er echter enige privé-scholen opgericht met een vrijkerkelijke en alternatieve levensbeschouwing.