Roald Amundsen

Het toeval wilde dat de twee grote Noorse poolreizigers Fridtjof Nansen en Roald Amundsen tijdgenoten waren. Amundsen werd geboren in 1872, elf jaar na Nansen, vlak bij het dorpje Sarpsborg in Zuidoost-Noorwegen. Hij gaf zijn beoogde carrière in de geneeskunde op om zijn leven te kunnen wijden aan poolonderzoek. Na een opleiding als zeeman werkte hij aan boord van een handelsschip in het noordpoolgebied. Vervolgens werd hij eerste stuurman op de "Belgica", het schip dat van 1897-1899 als eerste overwinterde in het zuidpoolgebied.

De ervaring die hij tijdens deze reizen opdeed, gaf Amundsen voldoende vertrouwen om het avontuur aan te gaan dat al 300 jaar een grote uitdaging voor alle zeevaarders vormde: de Noordwest-Passage. Ontdekkingsreizigers waren al langer op de hoogte van het bestaan van deze doorgang, die Europa met Azië verbond en zich ten noorden van het Noord-Amerikaanse continent bevond, maar geen enkel schip was erin geslaagd de doorgang in zijn geheel te doorvaren. Amundsen kocht een robuust schip van 45 ton, de "Gjøa", voorzien van zeilen en een motor van 13 pk, en in de zomer van 1903 voer de "Gjøa” met haar zeskoppige bemanning de Oslo Fjord uit om zich op te maken voor een tocht door de ijzige wateren van de Noordwest-Passage.

De expeditie was een succes, en in augustus 1906 brak de "Gjøa" door het laatste traject van de doorgang heen. Onderweg hadden de bemanningsleden ook een grote hoeveelheid wetenschappelijke gegevens verzameld, waarvan de belangrijkste betrekking hadden op het aardmagnetisme en de exacte locatie van de magnetische noordpool. Daarnaast hadden ze etnografisch materiaal verzameld over de eskimobevolking woonachtig langs de Noordwest-Passage.

Aangemoedigd door dit snelle succes richtte Amundsen zijn aandacht op de noordpool. Hij wilde zijn schip laten vastvriezen in het ijs ten noorden van de Beringstraat, maar kon de financiering hiervoor moeilijk rond krijgen. In september 1909 kwam het nieuws dat de Amerikanen Robert Peary en Frederick Cook de pool hadden bereikt. Amundsen besloot daarop zijn expeditie naar de noordpool uit te stellen en ondertussen te proberen de zuidpool te bereiken. Hij wilde daarmee sneller zijn dan Robert Falcon Scott, die als leider van een grootschalige expeditie al onderweg was naar het zuidpoolgebied.

In augustus vertrok Amundsen zuidwaarts met de "Fram", een schip dat Nansen hem ter beschikking had gesteld. Toentertijd moesten schepen rond Kaap Hoorn varen om door de Beringstraat te komen. Daarom vermoedde niemand dat de plannen waren gewijzigd toen de Fram koers zette naar het zuiden.

Toen het schip een tussenstop maakte bij Madeira, vertelde Amundsen de expeditieleden dat ze niet op weg waren naar het noorden maar naar het zuiden. Scott ontving een telegram dat de Noorse expeditie op weg was naar de zuidpool. De dramatische race die volgde, blijft vele mensen tot op de dag van vandaag boeien.

Amundsen vestigde zijn basiskamp in de Walvisbaai. Dit was dichter bij de zuidpool dan McMurdo Sound, het vertrekpunt van Scott. Het gebied tussen de Walvisbaai en de pool was echter onbekend, terwijl Scott een route zou volgen die al in 1908 was uitgezet door zijn landgenoot Shackleton. Op 19 oktober 1911 verliet Amundsen het basiskamp met zijn vier reisgenoten, vier sledes en 52 honden. De missie van Amundsen had slechts één doel: zo snel mogelijk de pool bereiken. Twee maanden later slaagde hij hierin, vijf weken voordat Scott en zijn uitgeputte bemanning de pool bereikten en daar de vlag en tent van Amundsen aantroffen.

Op 14 december 1911 werd de Noorse vlag gehesen op de pool. Het Noorse team had de gevaarlijke Ross-Barrière overgestoken om de voet van een hoge bergketen met gletsjers te bereiken. De tocht vervolgen leek een gewaagde onderneming, maar dankzij hun ervaring en een flinke portie geluk slaagden de mannen erin de Heiberg-Gletsjer te bedwingen, de bergketen over te steken en het plateau te bereiken dat naar de pool leidde.

Voor een ontdekkingsreiziger van het kaliber van Amundsen bestonden hierna geen grote uitdagingen meer. Toch had hij nog één wens: de Noordelijke IJszee ontdekken via het luchtruim. In 1925 vertrok hij voor een riskante expeditie in twee watervliegtuigen, de N24 en de N25. De vliegtuigen moesten op 88 graden noorderbreedte een noodlanding maken op het ijs, maar de bemanningsleden slaagden erin een van de twee vliegtuigen weer de lucht in te krijgen en keerden drie weken later terug naar Svalbard.

De Amerikaan Lincoln Ellsworth had de expeditie met de watervliegtuigen gefinancierd en er samen met Amundsen aan deelgenomen. Het jaar daarop leidde Roald Amundsen, samen met Ellsworth en de Italiaan Umberto Nobile, een expeditie met het luchtschip "Norge" (Noorwegen) vanuit Svalbard over de noordpool naar Alaska. De ontdekkingsreizigers vlogen daarbij over tot dan toe onbekend gebied, waardoor de laatste witte vlek op de wereldkaart kon worden ingevuld.

Amundsen wijdde zijn gehele leven aan de ontdekking van de noordpool. Het werd ook zijn dood. Toen Nobile twee jaar later een tweede vlucht naar de noordpool ondernam met de "Italia", een zusterschip van de "Norge", verdween de expeditie. Amundsen nam deel aan een zoektocht om de expeditieleden terug te vinden. Tijdens een tweede zoektocht werden het luchtschip en een levende Nobile gevonden, maar Amundsen en zijn mannen keerden nooit meer terug.


Bron: Door Linn Ryne   |   Delen op netwerk   |   print