Toen Dresden in de jaren 1830 zijn betekenis als spiritueel centrum van Duitsland begon te verliezen, vonden Noorse kunstenaars, in navolging van J.C. Dahl, een nieuw centrum in Düsseldorf. Deze generatie, ‘de Düsseldorfers’, maakten de schilderkunst toegankelijk voor het Noorse publiek en hun werk werd in de Noorse traditie bekend onder de naam nationaal-romantiek. Dit tijdperk is onlosmakelijk verbonden met het werk van Adolph Tiedeman (1814- 1876) en Hans Gude (1825-1903), die gezamenlijk het schilderij creëerden dat tot op de dag van vandaag een symbool van "Noorsheid" is – Brudeferden i Hardanger (‘De bruidsvaart in Hardanger’). August Cappelen (1827-1852), die het dierenleven in de regio Telemark schilderde en Lars Hertervig (1830-1902), die een persoonlijker interpretatie van het landschap creëerde, zijn andere voorbeelden van Noorse romantische schilders in Düsseldorf. Uit dit tijdperk zijn verder Amaldus Nielsen (1838-1932), Olaf Isaachsen (1835-1893) en Carl Sundt-Hansen (1841-1907) vermeldenswaardig. De nadruk van de romantici bleef liggen op het boerenleven, zelfs in schilderingen van West-Noorwegen en de kustlijn, waarin de boeren in klederdracht worden afgebeeld terwijl ze het land bewerken.