Van oudsher is de Noorse reisliteratuur gekoppeld aan het ontdekken, onderzoeken en bedwingen van onherbergzame, moeilijk toegankelijke gebieden.
Aan het einde van de 19e eeuw ontstond een nauwe relatie tussen reizen vanwege het avontuur en verkenningsreizen aan de ene kant en onderzoek in het veld aan de andere kant. In Noorwegen werd dit het best geïllustreerd door de ontdekkingsreizigers Fridtjof Nansen (1861-1930) en Roald Amundsen (1872-1928), die beiden nauwkeurige verslagen van hun reizen uitbrachten. Nansen was een productief schrijver, die in zijn boeken vaak met eigen tekeningen illustreerde. Enkele van zijn titels zijn På ski over Grønland (Op ski's door Groenland, 1890), Fram over Polhavet (Over de Poolzee, 1897), Russland og freden (Rusland en vrede, 1927) en Gjennom Armenia (Door Armenië, 1927). Ook Amundsen publiceerde een aantal boeken, waaronder Sydpolen (De Zuidpool, 1912) en Mitt liv som polarforsker (Mijn leven als poolonderzoeker, 1927). Tot op de dag van vandaag weten de boeken van deze bijzondere mannen een groot publiek te boeien.
Een andere Noorse ontdekkingsreiziger van wiens hand vele publicaties verschenen is Thor Heyerdahl (1914 -2002). Zijn wetenschappelijke oceaanexpedities met de Kon-Tiki, Ra en Tigris zijn omgezet in opwindende reisverslagen en documentaires. Heyerdahl heeft een aantal andere werken geschreven, waarin hij zijn onderzoeks- en reisactiviteiten combineerde.
Avonturier en schrijver Helge Ingstad (1899-2001) legde bij L’Anse aux Meadows, aan de noordkust van Newfoundland, de ruïnes van een oud Scandinavisch dorp bloot, waarmee hij het overtuigende bewijs leverde dat de Vikingen 1000 jaar eerder een nederzetting in Noord-Amerika hadden gesticht. Ingstad publiceerde diverse boeken over zijn ontdekkingsreizen, waaronder Landet under Leidarstjernen (Land onder de poolster, 1959) en Vestervej til Vinland (Westwaarts naar Vinland, 1965).
Meer recente Noorse reisliteratuur richt zich op het beschrijven van andere culturen. In haar bestseller Bokhandleren i Kabul (De boekhandelaar van Kaboel, 2003) portretteert oorlogscorrespondent Åsne Seierstad het leven van een Afghaanse familie vlak na de val van de Taliban.