Wetenschappelijke literatuur is de basis van de academische wereld. Noorse publicaties in dit genre weerspiegelen het brede spectrum van disciplines en onderzoeksvelden dat van belang is voor de Noorse academische wereld.
In 1811 opende de eerste universiteit van Noorwegen haar deuren in Christiania (de oude naam voor Oslo). De 19e eeuw was een tijd van opbouw in Noorwegen en de ontwikkeling van het Noors als schrijftaal was een essentieel element bij de vorming van een nationale identiteit (zie Essays). Het linguïstisch onderzoek van Ivar Aasen (1813-96) speelde een doorslaggevende rol bij de ontwikkeling van het moderne Noors. Aasen neemt een unieke plaats in binnen de Noorse literatuurgeschiedenis als grondlegger van het Nynorsk (“nieuw-Noors”). Het Nynorsk heeft officieel dezelfde status als het Bokmål (“Boekennoors") en wordt vandaag de dag alom gebruikt.
Na de Tweede Wereldoorlog trad Noorwegen werkelijk toe tot de moderne academische wereld. Naarmate de bevolking een steeds hoger opleidingsniveau nastreefde, ontstond een nieuw type professionele literatuur, vooral binnen de sociale wetenschappen. Tegenwoordig maakt Noorwegen deel uit van de mondiale kennismaatschappij en beschikt het over een brede wetenschappelijke literatuur. Vele Noorse academici hebben internationale erkenning verworven op terreinen als economie, psychologie, sociologie en filosofie.
Arne Næss (1912-) is een van de meest prominente Noorse intellectuelen uit de naoorlogse periode. Het werk van deze onderzoeker, ideoloog, auteur van handboeken, sociaal commentator en filosoof omvat allerlei onderwerpen en heeft aantrekkingskracht op een groot publiek. Als fervent bergbeklimmer, die verscheidene Noorse expedities heeft geleid, is Næss een bekend voorstander van diepte-ecologie.
Het inleidende handboek A History of Philosophy van Gunnar Skirbekk en Nils Gilje is in diverse talen vertaald en wordt beschouwd als een klassiek werk binnen de hedendaagse Noorse wetenschappelijke literatuur. Ook socioloog en criminoloog Nils Christie (1928-) is veel vertaald en staat bekend om zijn vermogen nieuwe benaderingen te vinden voor belangrijke problemen op elementaire terreinen, zoals het rechtsstelsel en het strafsysteem, thema's in verband met alcohol en drugs, jongerencultuur en scholen.
Met zijn filosofische werken maakt Lars Fr. H. Svendsen (1970-) informatie over moeilijke onderwerpen toegankelijk voor het grote publiek, zonder de complexiteit van de onderwerpen geweld aan te doen. Zijn eerste boek Kjedsomhetens filosofi (De filosofie van verveling, 1999) is in talloze talen vertaald. Eirik Newth (1964-) heeft een aantal gemakkelijk te begrijpen wetenschappelijke boeken voor kinderen en jongeren geschreven.