De Noorse poëzie gaat meer dan duizend jaar terug, tot de skaldenverzen van de 9e eeuw. In de middeleeuwen kwamen vele ballades, gelegenheidspoëzie en geïmproviseerde gedichten die onder de naam stev bekend staan tot stand. Naast de volkssprookjes vormen deze anonieme werken een belangrijk onderdeel van de Noorse volksliteratuur.
Naarmate het onderwijs zich ontwikkelde – vooral binnen de geestelijkheid – werd het schrijven van kerkgezangen een andere belangrijke vorm van lyrische expressie in Noorwegen. Poëzie speelde ook een belangrijke rol bij de opbouw van de jonge Noorse natie aan het begin van de 19e eeuw. Een van de Noorse winnaars van de Nobelprijs voor literatuur, Bjørnstjerne Bjørnson (1832-1910), schreef het gedicht Ja vi elsker dette landet (“Ja, wij houden van dit land”). Later werd dit gedicht het Noorse volkslied, dat in 1864 voor het eerst in Christiania (Oslo) werd uitgevoerd op de Noorse dag van de grondwet, 17 mei.
Rond het begin van de 20e eeuw was de symbolistische dichter Sigbjørn Obstfelder (1866-1900) de belangrijkste vernieuwer in de Noorse kringen van de lyrische poëzie. Zijn oeuvre weerspiegelt verwondering over het leven, in een sfeer van ongerichte beeldspraak. Tegelijkertijd was zijn stem intens persoonlijk en werd hij een belangrijke vertegenwoordiger van het vroege modernisme. Tot de modernisten wordt ook Rolf Jacobsen (1907-1994) gerekend, wiens debuutbundel Jord og Jern (Aarde en ijzer, 1933), in vrije versvorm, nog steeds als verfrissend onconventioneel wordt beschouwd. Zowel Obstfelder als Jacobsen zijn in talloze talen vertaald en als prominente vertegenwoordigers van het Europese modernisme opgenomen in vele buitenlandse poëziebloemlezingen.
Andere dichters die nationale en internationale bekendheid hebben gekregen zijn bijvoorbeeld Olav H. Hauge (1908-1994) en Paal-Helge Haugen (1945-). De gedichten van Hauge zijn bedrieglijk eenvoudig en bevatten duidelijke toespelingen op Homerus, klassieke Chinese en Japanse poëzie, Oudnoordse literatuur en de bijbel. Ook het werk van Paal-Helge Haugen is vaak eenvoudig en antimetaforisch. Haugen onthult het poëtische vermogen van zelfs de kleinste schepselen en dingen. Poëzie is ook vandaag nog een populair genre in Noorwegen en veel hedendaagse schrijvers maken bewust gebruik van lyriek als expressiemiddel om de klank en welluidendheid van hun werk te versterken. Tot de belangrijke auteurs op dit gebied behoren Eldrid Lunden (1940-), Gro Dahle (1962-) en Tor Ulven (1953-1995).
In de jaren na 1960 verschoof de trend binnen de Noorse poëzie in de richting van een niet-ritmische, modernistische, experimentele techniek. In de jaren na 1970 werd de poëzie gekenmerkt door politiek en sociaal engagement, terwijl deze in de jaren na 1980 meer esthetisch georiënteerd was. In de jaren na 1990 werd vervolgens bewust een synthese van deze twee trends tot stand gebracht. Een aantal dichters stelt zich kritisch op ten aanzien van de beperkende vooringenomenheid van de eerdere decennia en velen hebben ervoor gekozen politiek en esthetica, vorm en inhoud op een nieuwe manier te combineren. Terwijl hedendaagse Noorse poëzie in het algemeen een grote fascinatie voor de werkelijkheid tentoonspreidt, is het moeilijk de grote verscheidenheid aan stijlen en expressievormen van de moderne dichters onder één noemer te brengen.