Kinderliteratuur

In de 18e eeuw werd literatuur voor kinderen en jongeren een zelfstandig genre, dat zich sindsdien sterk ontwikkeld heeft. Zelfs volksverhalen en sprookjes waren oorspronkelijk niet bedoeld voor kinderen en werden pas in de 19e eeuw als kinderliteratuur beschouwd.

In Noorwegen werd in 1798 het eerste leesboek voor kinderen gedrukt. De Noorse sprookjesverzamelaar Jørgen Moe is de auteur van I Brønden og i Kjærnet (“In de put en in de vijver”, 1851), een realistisch, niet-sentimenteel verhaal dat duidelijk voor kinderen geschreven was en wordt beschouwd als het eerste klassieke kinderboek van Noorwegen.

De periode van 1890 tot 1914 vormt de gouden eeuw van de Noorse kinderliteratuur, waarin talloze boeken en verhalen voor kleine kinderen werden gepubliceerd. Na de Tweede Wereldoorlog nam de belangstelling voor kinder- en jeugdboeken opnieuw toe. In de nasleep van de gruwelijkheden van de oorlog gaf het publiek de voorkeur aan idyllische, niet-confronterende verhalen, als uitvloeisel van de overtuiging dat kinderen dienden te worden beschermd tegen de dreigingen van de wereld. In de zestiger en zeventiger jaren werd deze mening weersproken door schrijvers die het beter vonden dat kinderen werden blootgesteld aan een meer probleemgericht realisme. Maar zowel realisten als romantici hielden bij hun creatieve proces het onderwijs en de opvoeding van kinderen in gedachten.

De Noorse omroep heeft een belangrijke rol gespeeld bij de verspreiding en ontwikkeling van literatuur voor kinderen en jongeren. Het werk van de beroemdste Noorse kinderboekenschrijvers, Anne-Cath. Vestly (1920-), Thorbjørn Egner (1912-1990) en Alf Prøysen (1914-1970), werd alom bekend, doordat dit voor de radio werd voorgelezen. Deze schrijvers zijn ook vandaag de dag nog populair en hun boeken zijn in talloze talen vertaald.

Een aantal van de meer recente kinderboekenschrijvers produceert didactische literatuur die bedoeld is om de persoonlijke wens van de lezer om te lezen en te leren te cultiveren en jonge mensen te leren nadenken over de rol van de mensheid in de wereld. De bekendste van hen is Jostein Gaarder (1952-). Van zijn roman Sofies verden (De wereld van Sofie, 1992) zijn meer dan 20 miljoen exemplaren verkocht en het werk is inmiddels in bijna 50 verschillende talen verschenen. De wereld van Sofie is niet alleen een boek voor tieners, het wordt ook gebruikt als een inleiding voor filosofiecursussen op beginnersniveau. Ook Noorse auteurs van non-fictie voor kinderen hebben internationale erkenning verworven. Eirik Newth (1964-) heeft diverse onderscheidingen gekregen voor zijn boeken over diverse wetenschappelijke onderwerpen voor kinderen en jongeren (zie Wetenschappelijke literatuur).

Er wordt wel gezegd dat Noorwegen momenteel opnieuw een gouden eeuw van de kinderliteratuur beleeft. Jaarlijks worden meer dan 700 kinder- en jeugdboeken gepubliceerd en meer dan ooit tevoren wordt werk van Noorse auteurs vertaald in diverse buitenlandse talen. In het kader van de inspanningen om de Noorse cultuur en het culturele erfgoed in stand te houden en te ontwikkelen beheert de Noorse Raad voor culturele zaken een inkoopprogramma voor eigentijdse literatuur in Noorwegen (zowel fictie als non-fictie), waardoor ongeveer 1.550 exemplaren van ca. 100 fictie- en 20 non-fictietitels voor kinderen onder bibliotheken in heel Noorwegen worden verspreid.


Bron: Door NORLA – Noorse literatuur in het buitenland   |   Delen op netwerk   |   print