De vier toneelstukken die Ibsen tussen 1877 en 1882 uitgaf, Steunpilaren der maatschappij, Een poppenhuis, Spoken en Een vijand van het volk, worden aangemerkt als realistische, contemporaine toneelstukken of probleemtoneelstukken.
De vier belangrijkste kenmerken van deze toneelstukken die een dergelijke karakteristiek rechtvaardigen zijn:
1.) Ze stellen maatschappelijke problemen ter discussie.
2.) Ze hebben een maatschappijkritisch perspectief.
3.) De handeling speelt zich in het heden af.
4.) Ze presenteren alledaagse personen en situaties.
Problemen ter discussie
De Deense literatuurcriticus Georg Brandes (1842-1927) was de grote wegbereider voor de doorbraak van het realisme in Scandinavië. In 1871 hield hij een lezingenserie aan de Universiteit van Kopenhagen onder de titel “Hoofdstromingen in de 19e eeuwse literatuur” (uitgegeven in boekvorm in zes delen tussen 1872 en 1890). In dit werk formuleert Brandes het volgende manifest voor een maatschappijkritische en realistische literatuur:
”Dat de literatuur van tegenwoordig leeft, blijkt uit het feit dat er problemen ter discussie gesteld worden. Zo stelt bijv. George Sand de relatie tussen man en vrouw ter discussie, Byron en Feuerbach het geloof, Proudhon en Stuart Mill het recht op bezit, Turgeniev, Spielhagen en Emile Augier de maatschappelijke verhoudingen. Als een literatuur niets ter discussie stelt, betekent dit dat zij haar bestaansrecht dreigt te verliezen.”
De vertegenwoordigers van het maatschappijkritische realisme in Noorwegen - Ibsen, Bjørnson, Lie, Garborg, Kielland en Skram - werden geïnspireerd door Brandes. In de vier hierboven genoemde toneelstukken van Ibsen vinden we meerdere maatschappelijke problemen terug uit het citaat van Brandes. De verhouding tussen man en vrouw wordt ter discussie gesteld in Een poppenhuis en Spoken. Problematische aspecten van de heersende maatschappelijke verhoudingen worden ter discussie gesteld in Steunpilaren der maatschappij en Een vijand van het volk (de maatschappelijke moraal, de tirannie van de meerderheid, commerciële belangen versus algemene maatschappelijke belangen, milieubelangen, enz.).
Een maatschappijkritisch perspektief
Ibsen legde in zijn realistische toneelstukken op genadeloze wijze negatieve aspecten van de maatschappij bloot, zoals huichelarij en verdoezeling, machtsmisbruik en manipulerend gedrag, en hij streed onvermoeibaar voor oprechtheid en vrijheid. Waarheid, emancipatie, zelfrealisatie en persoonlijke vrijheid zijn centrale begrippen. In Steunpilaren der maatschappij heeft Lona Hessel het laatste woord en zij zegt “de geest van waarheid en vrijheid – dat zijn de pijlers van de maatschappij”. In Spoken richt Ibsens kritiek zich op enkele pijlers van de burgerlijke maatschappij, het huwelijk en het christendom, en schrijft hij over taboes als incest, geslachtsziekten en euthanasie. Hierdoor werden hij en zijn geestverwanten bestempeld als omstreden figuren door hun tijdgenoten. Hun werken leidden tot hevige controversen of je regelrechte furore. Achteraf bekeken ziet men hoe verschrikkelijk belangrijk sommige van deze werken zijn geweest voor diverse maatschappelijke bewegingen. Er zijn weinig literaire werken die zoveel hebben betekend voor de emancipatie van de vrouw in nagenoeg alle culturen ter wereld als Een poppenhuis.
Een contemporain perspectief
In Steunpilaren der maatschappij en alle latere toneelstukken van Ibsen speelt de handeling zich in het heden af (vandaar de benaming contemporaine toneelstukken). De vertegenwoordigers van de realistische literatuur dwongen zichzelf om zich in hun eigen tijd in te leven en zich erdoor te laten beïnvloeden. Historische toneelstukken in de nationaal-romantische stijl waren uit. Oude goden en helden, Romeinse keizers en machtige koningen uit de oudheid werden vervangen door mensen "zoals jij en ik”. Het handelingsverloop in de toneelstukken moest een contemporain karakter hebben.
De eerste notities die Ibsen maakte voor Een poppenhuis (gedateerd op 19 oktober 1878) zijn getiteld “Aantekening voor de moderne tragedie”. Het begrip ”moderne tragedie” is veelzeggend. Het was de bedoeling van Ibsen om in dit toneelstuk de vorm van de klassieke tragedie toe te passen op modern materiaal. Qua vorm experimenteert Ibsen niet noemenswaardig in Een poppenhuis. Zo zijn bijvoorbeeld de drie klassieke eenheden bewaard gebleven: de eenheid van tijd, ruimte en handeling. Nieuw is het moderne conflict, de actualiteit van wat er op het toneel gebeurt.
Alledaagse personen en situaties
In een brief aan de Zweedse theaterman August Lindberg, die bezig was met het ensceneren van Spoken in augustus 1883 (zijn productie, die op 22 augustus 1883 in Helsingborg in première ging, was de eerste opvoering in Scandinavië en Europa), schreef Ibsen:
”De taal moet natuurlijk klinken en de manier waarop men zich uitdrukt, moet kenmerkend zijn voor de betreffende persoon in het stuk; de een drukt zich immers anders uit dan de ander. Hier kan veel aan verbeterd worden tijdens de repetities; daar hoort men meteen wanneer iets onnatuurlijk of geforceerd overkomt, en er moet dus net zolang geoefend worden totdat de repliek geheel en al geloofwaardig en realistisch overkomt. Om het gewenste effect te bereiken moetende toeschouwers het idee hebben dat ze naar iets zitten te kijken en te luisteren dat zich in de werkelijkheid afspeelt.”
Ibsen vond het erg belangrijk dat het theaterpubliek (en de lezers) in zijn contemporaine toneelstukken getuige zouden zijn van een handelingsverloop dat net zo goed henzelf had kunnen overkomen. Een vereiste was daarom dat de personages in het toneelstuk op natuurlijke wijze praatten en overkwamen en dat de situaties alledaags waren. De rolfiguren spraken niet langer in versvorm, zoals in Brand en Peer Gynt. Monologen, terzijdes en hoogdravend taalgebruik (zoals bijv. in De vikingen in Helgeland) waren uit den boze. Het realistische toneelstuk moest de illusie wekken van een herkenbare werkelijkheid.