De visserij-industrie vormt de ruggengraat van de Noorse kust. De visserij, aquacultuur en visverwerking bieden werk aan meer dan 30.000 mensen. De jaarlijkse exportwaarde van vis en visproducten bedraagt rond de NOK 30 miljard, waarmee het een van de grootste exportsectoren van Noorwegen is. Daarom is het van cruciaal belang voor Noorwegen dat er sprake is van een verantwoord beheer van de levende mariene hulpbronnen.
Internationaal beheersstelsel
De meeste Noorse vis wordt gevangen in de Exclusieve Economische Zone (EEZ) van Noorwegen (zie de kaart). Samen met de beschermde visserijzone rond Spitsbergen en de visserijzone rond Jan Mayen, bestrijken de wateren in het Noorse rechtsgebied ongeveer 2 miljoen km2. De meeste visbestanden waar Noorwegen op vist, worden gedeeld met andere landen. Samenwerking wat betreft het beheer ervan is daarom noodzakelijk. Noorwegen heeft verschillende overeenkomsten gesloten met buurlanden, waarbij de partijen overeen zijn gekomen dat zij regelmatig bij elkaar komen om over de beheersstelsels en de verdeling van de quota te beslissen.
De belangrijkste van deze overeenkomsten zijn die met Rusland en de EU. Daarnaast heeft een aantal kuststaten in de Noordoost-Atlantische Oceaan overeenkomsten gesloten over makreel en de in de lente paaiende Noorse haring. De visserij in gebieden buiten de nationale economische zones wordt beheerd door de Noordoost-Atlantische Visserijcommissie (NEAFC) in samenwerking met de kuststaten.
De zeehondenbestanden in het oostelijke vangstgebied worden beheerd door de Noors-Russische Visserijcommissie. De Noord-Atlantische Mariene Zoogdierencommissie (NAMMCO) is een forum voor samenwerking wat betreft de bescherming, het beheer en de studie van alle soorten mariene zoogdieren. De dwergvinvisvangst wordt eenzijdig door Noorwegen beheerd, aangezien de Internationale Walvisvaartcommissie (IWC) sinds 1982 niet in staat is geweest om quota vast te stellen voor deze vangst.
Duurzaam gebruik
Het hoofddoel van het Noorse beheer van levende mariene hulpbronnen is te zorgen voor een duurzaam gebruik, d.w.z. ervoor te zorgen dat de vangst wordt aangepast aan het vermogen van de bestanden om zichzelf te vernieuwen. Dit is ook in overeenstemming met internationale richtlijnen zoals die zijn vastgelegd in overeenkomsten als het Zeerechtverdrag van de VN uit 1982, het Visserijverdrag van de VN uit 1995 en de Gedragscode voor Verantwoorde Visserij van de FAO uit 1995.
Traditioneel gezien worden visbestanden per soort beheerd. De ene soort kan echter grote invloed hebben op een aantal andere soorten: de kabeljauw en de in de lente paaiende Noorse haring eten bijvoorbeeld beide grote hoeveelheden lodde in de Barentszzee, en walvissen en zeehonden plegen een flinke aanslag op de bestanden van diverse vissoorten en organismen. De temperatuur en andere milieufactoren beïnvloeden ook de trek en de ontwikkeling van verschillende bestanden. Tegenwoordig wordt de ecosysteembenadering steeds vaker toegepast bij visserijbeheer. Dit houdt in dat men bij het beheer niet uitsluitend kijkt naar de invloed van de visserij op de visbestanden, maar ook hoe de visserij het mariene milieu in brede zin beïnvloedt, en welke gevolgen veranderingen in het mariene milieu hebben voor de levende mariene hulpbronnen.
Kennis
Duurzaam beheer vergt kennis van de grootte van de bestanden in kwestie, hun leeftijdssamenstelling, hun verspreidingsgebied en het milieu waarin zij leven. Ieder jaar worden gegevens van Noors wetenschappelijk onderzoek en vissers vergeleken met de gegevens van andere landen en beoordeeld door de Internationale Raad voor het Onderzoek der Zee (ICES). De ICES is het internationale adviesorgaan voor visserijautoriteiten in de Noord-Atlantische landen.
In Noorwegen is de belangrijkste instelling voor visserijonderzoek het Instituut voor Marien Onderzoek. Noorse mariene onderzoekers werken nauw samen met onderzoekers uit andere landen, met name Rusland.
Regulering van de visserij
Voor de meeste bestanden wordt de totaal toegestane vangst (TAC) vastgesteld na onderhandelingen in het kader van internationale overeenkomsten. Bij de nationale regulering gaat het daarom voornamelijk over hoe de quota van het land geografisch, per periode en per categorie vissers en visgerei verdeeld worden.
In Noorwegen werken de visserij-industrie en de visserijautoriteiten samen aan de opstelling van de regels. De minister van Visserij beslist echter uiteindelijk over de beheersmaatregelen.
Toezicht
In Noorwegen wordt zowel op zee als bij de aanvoer aan land toezicht uitgeoefend op de visserijwetgeving. Op zee is de kustwacht verantwoordelijk voor de inspectie van visvaartuigen en hun vangsten. Buitenlandse vaartuigen die in wateren vissen die onder het Noorse rechtssysteem vallen, worden ook geïnspecteerd. Sinds 1 juli 2000 moeten zeeschepen verplicht satellietvolgapparatuur plaatsen en gebruiken, zodat de autoriteiten hun activiteiten continu kunnen volgen. Noorwegen heeft overeenkomsten gesloten over satellietvolgsystemen met landen die in gebieden vissen die onder de Noorse visserijwetgeving vallen.
Het Directoraat voor de Visserij is verantwoordelijk voor de controle op de hoeveelheid aangevoerde vis en houdt de visserijstatistieken bij. Ernstige gevallen van onderrapportage of andere onregelmatigheden worden naar de rechtbanken doorverwezen.