Gemengde economie

De Noorse economie valt in zijn algemeenheid te omschrijven als een gemengde economie - een kapitalistische markteconomie met een duidelijk element van overheidsbemoeienis.

Net als in de rest van West-Europa is de expansie van de meeste industrie in Noorwegen grotendeels gestuurd door particuliere eigendomsrechten en de private sector. Desalniettemin is een aantal industriële activiteiten (of de exploitatie daarvan) in staatshanden. Door dit staatseigendom en de regulering van de private sector kan Noorwegen worden getypeerd als een mix van een markt- en planeconomie. Overheidsbeheer neemt de vorm aan van belastingen, accijnzen en subsidies. Het is tevens zichtbaar in vergunningsstelsels en de regulering van elementen als werkomgeving, boekhoudprocedures, milieuverontreiniging en producten. In de jaren 90 kwam bij industrieel staatseigendom de nadruk steeds meer op zuiver financiële investeringen te liggen.

De industriële sector is grotendeels particulier bezit, maar de staat is de grootste aandeelhouder van een aantal van de grootste vennootschappen van Noorwegen, zoals Statoil en Norsk Hydro. Statoil (de Noorse staatsoliemaatschappij) neemt een dominante positie in de onderzeese olie-industrie van Noorwegen in, evenals in de petrochemie, de olieraffinage en oliehandel. Landbouw en visserij zijn in privé-handen, afgezien van de naar schatting tien procent van de voor productiebosbouw bestemde grond, die in staatshanden is.

Binnen het bankwezen zijn er overheidsbanken voor de belangrijkste takken van industrie (landbouw, visserij, zware industrie), voor de gemeenten, voor regionale ontwikkeling, voor huisvesting en voor studiefinanciering. Het rijk is een belangrijke eigenaar van waterkrachtcentrales en elektriciteitsbedrijven. Alhoewel het rijk een monopolie bezit ten aanzien van spoorwegen en posterijen, hebben de opgerichte staatsbedrijven meer de vrije hand gekregen, wat dan weer betekent dat ze in toenemende mate blootstaan aan krachten van concurrentie.

De betrokkenheid van de rijksoverheid bij de Noorse industrie neemt geleidelijk aan af. Deze houdt gelijke tred met de deregulerings- en privatiseringsprocessen die overal in de geïndustrialiseerde wereld plaatsvinden.


Bron: Bewerking van de Noorse encyclopedie van Aschehoug en Gyldendal   |   Delen op netwerk   |   print