Noorwegen is lid van de NAVO sinds de oprichting van de alliantie in 1949 in Washington. De NAVO garandeert de veiligheid, vrijheid en onafhankelijkheid van haar leden en ondersteunt democratische waarden en de opbouw van democratische instellingen in Europa.
In april 2004 traden zeven nieuwe landen tot de NAVO toe - Bulgarije, Estland, Letland, Litouwen, Roemenië, Slowakije en Slovenië - waarmee het totale aantal lidstaten op 26 uitkomt. Dit is de tweede keer dat de NAVO nieuwe lidstaten uit het voormalige Warschaupact opneemt. De vorige keer was in 1999, toen Polen, Tsjechië en Hongarije lid werden. Noorwegen heeft er actief toe bijgedragen dat de nieuwe landen zo goed mogelijk waren voorbereid op hun lidmaatschap.
De laatste NAVO-top voor staats- en regeringshoofden vond plaats in Riga op 28 en 29 november 2006 en hier werd de ontwikkeling van de alliantie verder versterkt en bekrachtigd. Het belangrijkste onderwerp tijdens de top was, naast de situatie in Afghanistan, de oprichting van een volledig operationele, snel inzetbare strijdmacht (NRF) en de toetreding van Servië, Bosnië-Herzegovina en Montenegro tot het Partnerschap voor Vrede (PfP).
Crisisinterventie
Sinds het midden van de jaren negentig heeft de alliantie zich in toenemende mate gericht op crisisinterventie, eerst op de Balkan en later ook buiten de Europese grenzen. In augustus 2003 nam de NAVO de leiding over van de internationale vredesmacht ISAF in Afghanistan. Dit was voor het eerst dat de alliantie buiten Europa op militair terrein actief was. ISAF is momenteel de grootste missie van de NAVO.
De NAVO leidt de missie in Kosovo (KFOR) en had ook de leiding van de missie in Bosnië-Herzegovina (SFOR) tot december 2004, toen de EU (EUFOR) de leiding overnam. De NAVO is ook actief geweest in andere landen in de regio om de stabiliteit en de regionale samenwerking te bevorderen. Albanië, Kroatië en Macedonië nemen momenteel deel aan het voorbereidende programma voor lidmaatschap (MAP), terwijl Servië, Bosnië-Herzegovina en Montenegro in Riga lid zijn geworden van het Partnerschap voor Vrede.
De terroristische aanslagen tegen de VS op 11 september 2001 leidden tot de eerste verklaring op basis van artikel 5 in de geschiedenis van de NAVO (collectieve zelfverdediging bij een aanval op een lidstaat). In de periode hierna heeft de strijd tegen het internationale terrorisme en de verspreiding van massavernietigingswapens centraal gestaan binnen de NAVO. Dit heeft geleid tot een grootscheepse hervorming van de alliantie, onder meer een herziening van de militaire verdedigingscapaciteit.
In juli 2004 richtte de NAVO een trainingsmissie op in Irak (NTM-I), die een bijdrage levert aan de opleiding van Irakese veiligheidstroepen op basis van democratische principes. Sinds juli 2005 levert de NAVO eveneens transportcapaciteit en organisatorische steun aan de vredesmissie in Darfur, onder leiding van de Afrikaanse Unie (AU).
Samenwerking met partnerlanden
De NAVO werkt op grote schaal samen met partnerlanden in Europa, de Kaukasus en Centraal-Azië. De NAVO werkt ook nauw samen met Rusland en Oekraïne. Daarnaast voert de NAVO een dialoog met zeven landen rond de Middellandse Zee (Mauritanië, Marokko, Tunesië, Algerije, Egypte, Jordanië en Israel) en vier landen in het Midden-Oosten (Koeweit, De Verenigde Arabische Emiraten, Katar en Bahrein). Hiermee wil men een bijdrage leveren aan de stabiliteit en veiligheid binnen de gehele Euro-Atlantische zone. Omdat de samenwerkingslanden onderling erg verschillen, probeert de NAVO de samenwerking zoveel mogelijk op ieder land toe te spitsen. De NAVO onderhoudt ook een uitgebreide dialoog met de zogenaamde Contactlanden Japan, Zuid-Korea, Australië en Nieuw-Zeeland.
De secretaris-generaal van de NAVO heet Jaap de Hoop Scheffer, de voormalige minister van Buitenlandse Zaken van Nederland.