Landmijnen

Noorwegen heeft sinds midden jaren 1990 hoge prioriteit gegeven aan maatregelen om de humanitaire problemen als gevolg van landmijnen of anti-personeelmijnen terug te dringen. Noorwegen speelde een belangrijke rol bij de totstandkoming van het Verdrag inzake het verbod van het gebruik,de aanleg van voorraden, de productie en de overdracht van anti-personeelmijnen en inzake de vernietiging van deze wapens (Het Verdrag op het verbod van landmijnen), waarvan de voorbesprekingen in september 1997 in Oslo plaatsvonden.

Er is nog steeds veel erkenning voor de inzet van Noorwegen bij de totstandkoming van het Verdrag, maar ook voor de Noorse humanitaire steun in de strijd tegen landmijnen in het algemeen. Noorwegen heeft op internationaal niveau veel expertise en financiële middelen beschikbaar gesteld voor deze strijd. In totaal is in de periode 1997 tot augustus USD 130 miljoen ter beschikking gesteld 2003 voor het verwijderen van mijnen. Noorwegen is ook op internationaal niveau actief bij het mobiliseren van middelen voor de strijd tegen landmijnen en bij de controle op een effectiever gebruik van bestaande middelen.

Noorse NGO’s spelen verder een belangrijke rol bij de implementatie van het Verdrag op het verbod van landmijnen en bij andere humanitaire campagnes tegen landmijnen. Norsk Folkehjelp (Noorse volkshulp) is een van de grootste organisaties op het gebied van mijnopruiming en de expertise die men hier heeft opgebouwd is een van belangrijkste redenen waarom Noorwegen zo’n vooraanstaande positie inneemt op dit terrein.

Het Verdrag op het verbod van landmijnen is normgevend voor de internationale humanitaire wetgeving. Landmijnen mogen niet langer gebruikt worden in de oorlogsvoering en landen waar zich geen achtergebleven landmijnen bevinden hebben betere kansen om zich op sociaal-economisch terrein te ontwikkelen. Het opruimen van mijnenvelden na een oorlog is van belang voor het opbouwen van vertrouwen tussen de partijen en betekent dat de grond opnieuw gebruikt kan worden voor andere doeleinden. Daarom is mijnopruiming onderdeel van de steun aan de vredesprocessen waarbij nauw Noorwegen betrokken is, bijvoorbeeld in Sri Lanka en Soedan.

Het Verdrag op het verbod van landmijnen werd op 3 december 1997 ter ondertekening aangeboden en trad in werking op 1 maart 1999. Het heeft gezorgd voor een geheel nieuwe norm op het gebied van landmijnen. Sinds de inwerkingtreding zijn het gebruik en de productie van landmijnen drastisch afgenomen, de verkoop is bijna stil komen te liggen, de voorraden zijn versneld vernietigd en bovendien zijn er meer mijnenvelden geruimd. Het allerbelangrijkst is echter, dat het aantal nieuwe slachtoffers van landmijnen aanzienlijk gedaald is. Per 15 augustus hebben 136 landen het Verdrag geratificeerd, echter het wordt alom erkend als de internationale norm. Vele landen die het Verdrag nog niet hebben geratificeerd hebben bijvoorbeeld al wel hun beleid aangepast aan de bepalingen in het Verdrag.


Bron: Bron: het Noorse Ministerie van Buitenlandse Zaken   |   Delen op netwerk   |   print